|
|
|
![]() |
||||
|
Oorlogs Holland
|
|
||||
|
In
1950 bestelde Doeksen een tweede Holland. Het
schip kon worden gefinancierd met herstelbetalingen van de Duitsers. De
bouw van dit schip geschiedde onder toezicht van Bureau Schouten uit Heemstede. In het achterdeel van de opbouw werd een gecombineerde sleeplier van machinefabriek Hatlapa geplaatst met een trekkracht van vijftig ton.
|
Hier een moderne sleeplier van dezelfde firma
|
||||
De ankerlier wordt nog steeds goed onderhouden
|
|
||||
|
|
|
|
|
||
Vanaf
1951 tot 1975 was de Holland gestationeerd op West Terschelling. (Bron:
Schuttevaer)
|
|
|
Het bedieningspaneel van de radar
|
|
De scheepvaart had in die tijd veel last van mijnenvelden, waardoor vooral voor de kust van de Waddeneilanden menig schip verloren ging.
|
|
|
Rederij Doeksen had zich bovendien ingedekt voor het rustige bergingsseizoen. In de zomermaanden had het schip er een taak bij. |
|
's Zomers vervoerde de Holland soms wel 600 tot 800 passagiers per vaart.
|
|
|
De
Holland vervoerde zomers passagiers tussen Harlingen en Terschelling. Het
was daartoe uitgerust met een eerste en tweede klas passagierssalon. Een unicum voor een zeesleepboot. Deze ruimten bevatten toen al vele mooie "ambachtelijke kunststukken " en deze zijn ook nu nog aan boord te bewonderen.
|
Verlichting in de eerste klas passagierssalon. |
| Uitgevoerde
taken:
De Holland heeft 161 schepen behouden binnen gebracht, maakte 72 sleepreizen, waarvan twee transatlantische en deed 39 konvooidiensten .
|
*******************************************************************************************************************
|
Nog
een stukje geschiedenis:
De
Holland van de Terschellingse rederij Doeksen was jarenlang een begrip in de
wereld van de
berging- en sleepvaart.
Maar uiteindelijk bleek een scheiding tussen de beroemde boot en haar vertrouwde thuishaven onvermijdelijk. Het schip ligt nu zomers in de haven van Harlingen en 's winters voor onderhoud in Den Helder.
********************************************************************************************************************* De
‘Holland’ werd in op 18 november 1950 bij N.V. Scheepswerf Smit te Foxhol te
water gelaten en
op 6 december 1951 aan rederij Doeksen overgedragen.
De sleper had een lengte van 57,35 m., breedte van 9,54 m., holte van 4.50 m. en een diepgang van 3.71 m. en zij mat 580 BRT.
Met
haar 4tew 10 cilinder Werkspoor motor van 2100 pk en topsnelheid van bijna 17
knopen was de ‘Holland’ voor die tijd een formidabele sleepboot en
voor de 4200 pk sterke sleper ‘Seefalke’ van de Duitse rederij Bugsier een
geduchte concurrent.
Gestationeerd op Terschelling voer de ‘Holland’ tijdens de stille zomermaanden als veerboot op Harlingen, waarvoor zij speciaal met passagiersaccommodatie uitgerust was. Enkele Bergingen uitgelicht: Een
van de eerste ‘jobs’ voor de ‘Holland’ was de berging van de Noorse 2000
tonner ‘Frameggen’. Deze
strandde op 2 januari 1952 tijdens zware storm op de zeewering bij Petten, NH. Op
de 6e november van hetzelfde jaar voer de ‘Holland’ uit voor de bij
Schiermonnikoog gestrande Turkse ‘Bakir’. Vanwege
de ruwe zee kon de ‘Holland’ pas twee weken later vastmaken. Tijdens
de stormramp van 1953 werd de Zweedse ‘Virgo’ hoog en droog op de Vliehors
van Vlieland gezet. Andere
beroemde bergingen volgden: De
Zweedse ‘Bohus, Duitse ‘Maie Rickmers’, de Poolse trawler ‘Corab II’
en de ‘Theta Star’ werden in veiligheid gebracht. Op
20 december 1956 kreeg het nieuwe Belgische vracht-passagiersschip ‘Lukaga’
nabij Terschelling een aanvaring met het Noorse vrachtschip ‘Bernhard Hanssen’.
In
1960 nam stuurman K. van der Wielen het roer over van de toen al 67 jaar oude
kapitein Jan Doeksen. Op
7 maart van dat jaar werd een noodsein van de Engelse ‘Lady Sharon’ opgevangen, die met
machineproblemen bij de Doggersbank in moeilijkheden verkeerde. De
zeesleep- en bergingsvaart bracht steeds minder op. In
1975 werd de Holland door Rijkswaterstaat gecharterd met bemanning en al . En
zij werd uitgerust als onderzoeksvaartuig voor de Noordzee. Sleephistorie
Doeksen: de Holland Schelpenzuigers waren flink aan slijtage onderhevig en er waren veel reparaties nodig. Aanvullende werkzaamheden werden gezocht om de kosten te drukken.Er raakten toen veel schepen boven de waddeneilanden in de problemen. Vooral in het soms stormachtige winterhalfjaar. Bergen van schepen was een lucratieve bezigheid. Het duurde dan ook niet lang of in de herfst werd de zuiginstallatie van boord gehaald en het schip gereed gemaakt voor sleep- en bergingswerk. Er werden meerdere schepen aangekocht. Daarbij moest gelet worden op de bruikbaarheid. Aan diepstekende schepen heb je niets in het waddengebied, dus de voorkeur ging uit naar schepen met weinig diepgang. Meestal ook schepen met wat minder motorvermogen. In het rijtje van sleep- en bergingsmaatschappijen is
Doeksen, wat betreft het motorvermogen, altijd een betrekkelijk kleine
maatschappij geweest.
De naam: “Holland”. Met zijn prachtige stroomlijn een jacht onder de
sleepboten. Het totale sleepvermogen van de
vloot van
Doeksen zou daarmee bijna verdubbelen. Voor dat laatste waren er vier marconisten in vaste dienst. Vierentwintig uur per dag werd er op verschillende ontvangers geluisterd. In de radiohut stonden vijf ontvangers op verschillende frequenties permanent bij. Daarnaast waren er
twee zenders: één voor telegrafie en één voor telefonie. Bij telegrafie
werden berichten door middel van morsetekens overgeseind. Steeds
meer mensen van de vaste bemanning werden ingezet bij de steeds florerende
passagiersdienst. De
bemanning vond dit prima: in de passagiersdienst was, door overuren, meer te
verdienen. In
1975 besloot rederij Doeksen te stoppen met de “Holland” als bergingsschip
op station. Het werd verhuurd aan Rijkswaterstaat. Dat velen het langzaam verdwijnen van dit
deel Hollands Glorie met leedwezen aanzagen, bleek uit het feit dat er
kamervragen gesteld zijn over de “Holland”.
In 1998 komt de zeesleper terug naar Terschelling, waar de Stichting
Zeesleepboot Holland zich ontfermd over het schip. Dankzij
sponsoren en donateurs en de inzet van vele vrijwilligers is het mogelijk
gebleken de “Holland” niet alleen in de vaart te houden, maar ook weer
zoveel mogelijk terug te brengen in de oude staat van zeesleper /
passagierschip. Bronnen voor deze pagina :
Bert Scheijgrond, Stichting
Zeesleepboot Holland,
Stichting
Guusjen, Terschelling.
"Schuttevaer". Lesbrief Zeesleepboot Holland. Paraat en start klaar. Een uitgave van
Stichting Guusjen te Terschelling. 2005.
31
pagina’s.
|
|
Foto's Oude bemanningen:
|